De gemeente Amsterdam trekt de komende jaren miljoenen euro’s extra uit voor Artis. Dat blijkt uit het coalitieakkoord 2026-2030 van D66 en PRO Amsterdam (voorheen GroenLinks-PvdA). De Partij voor de Dieren is niet blij met de plannen.
In de financiële tabel van het coalitieakkoord staat voor Artis een extra investering van 1 miljoen euro in 2028 gepland. Dat wordt gevolgd door 3 miljoen euro in zowel 2029 als 2030. Daarmee komt de totale extra investering uit op 7 miljoen euro, valt te lezen in het akkoord dat eerder deze maand werd gepresenteerd.
De coalitie schrijft dat zij “een extra impuls aan Artis” wil geven, zodat de dierentuin “weer van alle Amsterdammers wordt”. Men wil dat de bijdrage van Artis aan de “brede welvaart” in Amsterdam behouden blijft.
Wat de extra investering precies inhoudt, wordt in het akkoord niet verder uitgewerkt. “Deze steun helpt om Artis toegankelijker te maken en de noodzakelijke investeringen te blijven maken in het park, de musea en het dierenwelzijn”, liet directeur Rembrandt Sutorius eerder weten.
Het college zegt dat de gemeente in gesprek blijft over “dierenwelzijn binnen Artis” en onderzoekt hoe “extra investeringen” daaraan kunnen bijdragen. Daarnaast wil de coalitie bekijken hoe Artis toegankelijker kan worden voor inwoners met een Stadspas, bijvoorbeeld door hogere kortingen aan te bieden. Daardoor zouden meer Amsterdammers kennis kunnen maken met natuur en dieren.
Partij voor de Dieren
De Partij voor de Dieren is allesbehalve enthousiast over de plannen. “Het leest bijna alsof PRO en D66 je een Artis-abonnement proberen aan te smeren. Wij vinden het ontzettend achterhaald om vast te blijven houden aan het opsluiten van dieren voor vermaak”, reageert de partij deze week op de plannen.
De Partij voor de Dieren benadrukt dat Artis ieder jaar al enkele miljoenen euro’s aan subsidie krijgt. Zo heeft de gemeente in de begroting van dit jaar 4,74 miljoen euro vrijgemaakt voor de dierentuin. De partij zegt te “blijven strijden voor de transitie naar een openbaar stadspark zónder het tentoonstellen van levende dieren”.












