Een groot Europees onderzoek naar dierentuindieren komt met een opvallende conclusie. Volgens experts verouderen dierpopulaties in Europese en Noord-Amerikaanse dierentuinen snel. Er worden te weinig jongen geboren, wat een bedreiging vormt voor het behoud van soorten én de toekomst van dierentuinen.
Dat blijkt uit een studie die vorige week is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. Onder meer de dierentuinen van Kopenhagen en Zürich werkten eraan mee. De onderzoekers analyseerden gegevens uit de dierentuindatabank Species360 van 774 populaties over 1970 tot 2023.
De resultaten laten zien dat bij veel soorten geboortes steeds zeldzamer worden, terwijl populaties ouder worden. Het aandeel actief voortplantende vrouwtjes is sterk gedaald. Men ziet geen stabilisatie. Voorbeelden zijn de grévyzebra, de vissende kat en de mandril, waar het aantal geboortes al decennialang structureel tanende is.
De onderzoekers zeggen de negatieve trend bij alle soortengroepen te zien. Het kan dierentuinpopulaties volgens hen uit laten sterven, herintroductieprojecten belemmeren en de sociale structuren van veel diersoorten verstoren. Ook zou het gevolgen hebben voor de educatieve taken en het onderzoekswerk van dierentuinen.
Verandering
In Europa wijten de experts de vergrijzing in de recente jaren onder meer aan de beperkingen op diertransport door Covid-19 en de Brexit. Ook het terughoudend fokken in dierentuinen draagt bij aan het probleem. De onderzoekers benadrukken dat actief voortplanten nodig is, ook als dat tijdelijk tot overschotten leidt.
Hoofdauteur Marcus Clauss pleit daarom voor verandering. De oplossing vereist volgens hem simpelweg meer jonge dieren en minder oude dieren. Het creëren van nieuwe dierentuinen, opvanglocaties en meer verblijven zou vooral een tijdelijke maatregel zijn. Een structurele oplossing, stellen de wetenschappers, is het gecontroleerd euthanaseren van overtollige dieren.
Tweede Kamer
Goed euthanasiebeleid zou ruimte creëren om meer te kunnen fokken en de populaties weer gezond te krijgen. De resultaten daarvan zien de wetenschappers al veel bij hoefdieren, waar dat nu al meer gebeurd. Het afmaken van overtollige dieren is echter al lange tijd gevoelig: in Nederland is de politiek ook tegen. De wetenschappers pleitten dan ook voor een nieuw dialoog in de maatschappij en aanpassingen in wetgeving hierover.














