De grootste privédierentuin ter wereld krijgt te maken met nieuwe importmaatregelen. In heel India geldt vanaf vandaag een invoerheffing van 30% op de import van dieren. Dat lijkt vooral gevolgen te hebben voor Vantara, de omstreden dierentuin van de rijke Ambani-familie.
In het 1.400 hectare grote Vantara, in de westelijke Indiase staat Gujarat, worden 2.000 diersoorten gehouden. Het park kwam de afgelopen jaren in opspraak omdat het op dubieuze wijze duizenden dieren uit het wild, dierentuinen en opvangcentra zou importeren. Het gaat onder meer om mensapen, cheeta’s en neushoorns.
De Indiase overheid heeft nu vrij plotseling besloten een bestaande vrijstelling van invoerrechten voor deze dierimporten te schrappen. Waarom daarvoor is gekozen, is onduidelijk. Hoewel Vantara niet op de situatie heeft gereageerd, spreken Indiase advocaten er schande van.
Volgens hen treft de maatregel ook natuurbeschermingsprojecten. Ook zou het een aanzienlijke financiële last vormen voor Vantara en daarmee “internationale reddingsmissies”. De zendingen van Vantara zouden tot nu toe een opgegeven waarde van 9 miljoen dollar vertegenwoordigen, zo bleek uit een analyse van persbureau Reuters.
Veel geld
Mogelijk is er in werkelijkheid meer geld gemoeid met de transporten van de dieren dan uit de papierwaarde blijkt. Uit onderzoek van Europese journalisten bleek dat de instelling al jarenlang op grote schaal exotische dieren via handelaren verkrijgt. De manier waarop sommige dieren werden verkregen, stuitte eind vorig jaar ook CITES tegen de borst, een VN-organisatie die toeziet op de handel in wilde dieren.
Vantara ontkent echter dat het handelt in dieren. Volgens de organisatie worden dieren uitsluitend overgenomen voor opvang, natuurbehoud of rehabilitatie. De dierentuin is alleen toegankelijk op uitnodiging van eigenaar Anant Ambani. Zo liet hij de directeur van Moskou Zoo en voetbalster Lionel Messi eind vorig jaar nog een kijkje nemen in zijn gigantische privécollectie.














