De pinguïnkolonie van Safaripark Beekse Bergen is flink in aantal afgenomen door een uitgebroken infectie. In vijf maanden tijd stierven 39 pinguïns in de dierentuin, bevestigt een woordvoerster van de dierentuin aan ZooFlits. De overlevende dieren verblijven voorlopig achter de schermen.
“Binnen de kolonie is een darminfectie vastgesteld, veroorzaakt door een bacterie die waarschijnlijk door wilde vogels is overgedragen”, aldus de voorlichter. Daarop werden direct “aanvullende maatregelen” genomen om de dieren te behandelen en “verdere verspreiding te voorkomen”.
De infectie staat los van vogelgriep, benadrukt het dierenpark. De situatie is volgens de dierentuin inmiddels “gestabiliseerd”. “Met de 18 overgebleven dieren gaat het op dit moment goed, dankzij intensieve zorg van dierenartsen en verzorgers”, vertelt een woordvoerster.
De Afrikaanse pinguïns werden in december al achter de schermen gehaald. “Door de dieren tijdelijk achter de schermen te houden, kunnen we hun gezondheid en welzijn beter monitoren en behandelen”, luidt de uitleg. Ook de winterkou speelde mee in deze afweging.
Leeg verblijf
Wanneer de overlevende pinguïns weer zichtbaar worden voor het publiek, is niet bekend. Dat hangt onder meer af van de weersomstandigheden. Beekse Bergen kampt al langer met gezondheidsproblemen binnen de pinguïnkolonie. Tussen februari en april vorig jaar overleden ook al veertien dieren.













