Terwijl Artis toewerkt naar de heropening van het historische Artis-Aquarium, gebeurt er veel meer in het park. De dierentuin is in korte tijd veel verblijven aan het aanpassen en vernieuwen. In gesprek met ZooFlits vertelt de dierentuin voor het eerst over de terugkeer van een apensoort, de komst van kleine antilopen en verschillende verschuivingen.
De Amsterdamse stadsdierentuin vernieuwt al jaren in hoog tempo, ondanks de beperkte ruimte. “Dat vraagt om slimme, zorgvuldige keuzes”, vertelt Tjerk ter Meulen. Hij is manager Dier & Plant en verantwoordelijk voor de ontwikkeling van verblijven in Artis-Park. Onder zijn leiding verandert de diercollectie al meerdere jaren grootschalig.
Een duidelijk voorbeeld van die transitie is het Kleine Zoogdierenhuis, een gebouw dat dateert uit 1909. “Het karakter van de middenkas van dit gebouw werd met name bepaald door zware stalen kooiconstructies. Die pasten niet meer bij de manier waarop Artis vandaag de dag dieren wil huisvesten”, aldus Ter Meulen.
De oplossing: veel kooien in het pand werden verwijderd en gesloopt. Daardoor is een grote tropische ruimte in het midden van het gebouw ontstaan. “Het is ons voornemen om hier dianameerkatten te huisvesten”, vertelt de diermanager. Voor die plannen loopt momenteel een beoordeling bij de overheid.
Achter de schermen zijn al enige tijd drie mannelijke dianameerkatten gearriveerd. “Daar doen ze het goed. Maar we vinden het natuurlijk belangrijk dat de dieren binnenkort weer zichtbaar zijn voor bezoekers.” De soort was ruim een jaar afwezig in Artis, nadat de vorige groep uit het gorillaverblijf naar Diergaarde Blijdorp verhuisde. Mogelijk kunnen er in de toekomst andere soorten aan hetzelfde verblijf worden toegevoegd.

Meer kleine soorten
De keuze voor middelgrote of kleinere soorten, zoals de dianameerkatten, is bewust. “Veel oudere verblijven zijn ontworpen in een tijd waarin anders naar dieren en het houden van dieren werd gekeken. We beperken ons soortenbestand nu op sommige plekken met grotere soorten en voegen juist kleinere soorten toe. Deze dragen bij aan de diversiteit en beleving in het park”, aldus Ter Meulen.
In 2024 arriveerden in die hoedanigheid dan ook grootoorvossen in het park. Deze kleine Afrikaanse hondachtigen zouden samen met Kirks dikdiks onderdeel worden van een nieuw project. Die zou worden gerealiseerd bij het voormalige wilde hondenverblijf, een van de grote soorten die de afgelopen jaren uit de collectie van het park verdween.
“We hadden een mooi plan op die locatie, maar in de verdere uitwerking bleek dat op dit moment financieel niet haalbaar. Dat is een realiteit waar we als stichting soms mee te maken hebben.” Er kwamen visayawrattenzwijnen als passend alternatief. Zowel de grootoorvossen als nieuwe dikdiks bleven wel in Artis en keren elders in het park terug.

Struisvogels
“Bij het struisvogelverblijf kijken we hoe we met gerichte aanpassingen meer variatie, structuur en kwaliteit kunnen toevoegen”, zegt Ter Meulen. Het verblijf is deels opnieuw ingericht met rotsen, schuilplekken en beplanting. De dierentuin gaat proberen hier de dikdiks onder te brengen.
De combinatie struisvogels en dikdiks in één verblijf zie je niet veel in dierentuinen. Ze delen van nature het Afrikaanse savannelandschap. “Juist daarom zien we mogelijkheden om deze soorten op een zorgvuldige manier samen te brengen. We verwachten dat dit voor beide soorten verrijkend gaat werken”, zegt Ter Meulen

Terraria
Naast deze projecten met enkele zoogdiersoorten, krijgen ook de reptielen aandacht. “Het afgelopen jaar zijn ook verschillende terraria aangepast. Dat soort werkzaamheden is voor bezoekers minder zichtbaar, maar past net zo goed binnen onze ambitie om Artis stap voor stap te blijven verbeteren.” Gefaseerd wordt er ook in andere delen van het reptielenhuis grondig onderhoud uitgevoerd.

Masterplan
Het Ruimtelijk Masterplan, waarvan de nieuwste versie in 2024 werd gepresenteerd, vormt de basis voor veel ontwikkelingen in Artis. Er staat in beschreven hoe Artis naar de toekomst kijkt. “Tegelijkertijd is het geen statisch document waarin elke soort, elk verblijf en elke stap vastligt.” De veranderende bedreigingsstatus van diersoorten kunnen plannen beïnvloeden, geeft Ter Meulen als voorbeeld.
Een uitbreiding van het chimpanseebinnenverblijf is volgens hem daarbij een “bewuste tussenstap” in het Masterplan. “Als één soort verhuist, ontstaat er vaak ruimte of noodzaak voor een volgende verschuiving. Dat maakt de planning complex. Als een ontwikkeling eenmaal begint, moeten alle dieren in de tussentijd goed gehuisvest blijven.” Later moeten de mensapen een nog beter verblijf krijgen.
Pinguïns
Ter Meulen en zijn team blijven verschuiven en plannen, met verbetering van dierenwelzijn als doel. Zo vertrekken de laatste zeeleeuwen naar verwachting dit najaar. Daarna nemen pinguïns na een verbouwing tijdelijk het verblijf over, zodat op hun oude stek op termijn een nieuw pinguïngebied kan worden gebouwd.
Ook bij andere toekomstige projecten ligt de focus op soorten die al in Artis aanwezig zijn, legt Ter Meulen uit. Maar het stoppen met aanwezige soorten, mogelijke nieuwe diercombinaties of vraag voor nieuwe houders in fokprogramma’s bieden alsnog ruimte voor nieuwe aanwas in de collectie. “Als Artis daar op een passende manier aan kan bijdragen, dan bewegen we daarin mee.”


















